We Boat · Herhalingsfiche

Welk reglement geldt waar: Westerschelde, Eems, Gent–Terneuzen

Kort antwoord. Vier reglementen delen de Nederlandse binnenwateren, en de eerste vaardigheid is te weten in welk gebied je zit: het SRW op de Westerschelde met haar mondingen, het SRE in de Eemsmonding, het SRKGT op het kanaal van Gent naar Terneuzen, en het BPR overal elders — ook op het ruime water: Waddenzee, IJsselmeer, Markermeer, IJmeer en Oosterschelde. Dezelfde situatie heeft niet in elk gebied hetzelfde antwoord.

De vier gebieden naast elkaar

Dit is een landkaartvraag, geen regelvraag. Voordat je ook maar iets toepast, moet je vaststellen waar je bent.

Het SRW stopt niet bij de riviermond

Artikel 1 is één zin: het reglement geldt op de Westerschelde met haar mondingen, met inbegrip van het gedeelte van de territoriale zee dat wordt begrensd door het gemeentelijk ingedeeld gebied van de gemeente Vlissingen. Het besluit noemt daarna vijf posities die de zeewaartse grens trekken, van de kust bij 51° 33,85′ noord tot grenspaal 369.

Die coördinaten hoef je niet uit je hoofd te kennen; de gedachte erachter wel. Het reglement loopt door in zee. Wie vanaf de Noordzee de Wielingen of het Oostgat binnenvaart, vaart al onder het SRW voordat hij iets ziet dat op een rivier lijkt.

Waar ze elkaar raken

Bij de sluizen van Terneuzen grenst het SRKGT aan het SRW. Aan de zeezijde loopt het SRW door tot de grens die artikel 1 trekt; daarbuiten gelden de Internationale Bepalingen. Op het ruime water gaat het BPR gewoon door.

Waarom dit de eerste vraag van blok E is

Omdat elk antwoord van het gebied afhangt. Dezelfde situatie — twee zeilschepen die elkaar naderen — heeft op de Westerschelde een ander antwoord dan op het IJsselmeer, en beide wijken af van wat je op zee zou doen. Wie het gebied niet vaststelt voordat hij de regel toepast, past de verkeerde regel toe.

Waarop het SRW concreet afwijkt

Weten dat je in het gebied zit is niet genoeg: je moet ook weten wat er verandert. Het SRW wijkt op drie terreinen af van de internationale regels, en dat zijn precies de terreinen die het examen toetst.

Vaarwater en vaargeul zijn niet hetzelfde, en artikel 12 hangt ervan af. Het vaarwater is het gedeelte dat door schepen kan worden bevaren — een feitelijk begrip. De vaargeul is het gedeelte van dat vaarwater dat betond of bebakend is. De vaargeul ligt dus altijd bínnen het vaarwater. Ook de lengte is een valkuil: het is de lengte over alles, dus een boegspriet telt mee. Wie op 19,80 meter romp vaart maar met preekstoel en spriet over de 20 meter komt, is geen klein schip meer.

Klein Vaarbewijs 1 of 2: wat het tweede toevoegt

Het Klein Vaarbewijs 1 opent rivieren, kanalen en meren. Het Klein Vaarbewijs 2 opent daarnaast alle binnenwateren, ruim water inbegrepen, en daarmee de drie bijzondere regimes hierboven. Het tweede bevat het eerste: de stof stapelt, ze vervangt niet. Daarom kent het KVB2-examen een heel blok — blok E, ruim water — dat het KVB1 niet heeft.

Wie moet uitwijken tussen twee zeilboten? · Marifoonkanaal 16 · Bronnen & conformiteit

Het hele examenprogramma oefenen, offline

Deze pagina komt uit de inhoud van We Boat, de gratis examen-app die zeven Europese vaarbewijzen voorbereidt — het Franse permis côtier en permis fluvial, de Belgische brevetten beperkt en algemeen, het Klein Vaarbewijs 1 en 2, het Duitse Sportbootführerschein See. 20 universele onderwerpen, meer dan 2000 vragen en een proefexamen volgens het officiële barema van het jouwe, volledig offline.

Ontdek We Boat →